Klemmen en fixeren tijdens het uitharden
Een verbinding ontstaat niet op het moment dat de lijm wordt aangebracht, maar in de uren daarna. Zolang de lijm niet is uitgehard houdt alleen de fixatie de delen op de juiste plaats en op de juiste afstand. Wie die fase overslaat, verliest sterkte die met geen enkele lijmsoort terug te halen is.
Waarom fixatie nodig is
Fixeren doet drie dingen tegelijk: de delen blijven in positie, de lijmlaag wordt tot een dunne film samengedrukt en de lijm wordt in de poriƫn geperst waar de hechting ontstaat. Zonder die druk hardt de lijm uit in een te dikke laag met te weinig contact.
Hout werkt, verse verbindingen glijden weg op natte lijm, en een werkstuk op een schuine ondergrond schuift in de eerste minuten ongemerkt een millimeter opzij. Bij polyurethaanlijm duwt het schuimen de delen zelfs actief uit elkaar; zonder tegendruk gaat de voeg open terwijl de lijm hardt.
Hoeveel druk een voeg nodig heeft
De benodigde druk hangt af van materiaal en lijm. Voor houtlijm op zachthout volstaat drie tot vijf tienden newton per vierkante millimeter, voor hard loofhout ligt de waarde rond acht tienden tot ruim een newton per vierkante millimeter. Voor epoxy en de meeste constructielijmen is contactdruk genoeg: net voldoende om de delen op elkaar te houden.
In de werkplaats gaat dat op gevoel: een met de hand stevig aangedraaide lijmtang levert bij een normale voeg ruim voldoende kracht. Belangrijker dan de kracht per klem is de verdeling: klemmen om de tien tot vijftien centimeter, afwisselend aan beide zijden, zodat het werkstuk niet kromtrekt.
Die verdeling verbetert met een drukbalk over de hele lengte, met klemblokjes van hardhout onder de kaken en met een strookje vilt of kurk tegen afdrukken.
Wat te hard klemmen aanricht
Te veel druk perst de lijm uit de voeg. Wat overblijft is een lijmarme naad waar het hout droog op elkaar staat, en daar gaat de verbinding later open. Het risico is het grootst bij poreus hout en dunne lijmen.
Klemkaken zonder blokjes drukken bovendien in het werkstuk, en overmatige druk trekt een frame uit het lood.
De vuistregel luidt: aandraaien tot de lijm gelijkmatig uit de naad komt en dan stoppen. Blijft er ergens een spleet open, dan is dat een pasprobleem en geen reden om harder te spannen.
Vormen die zich niet laten klemmen
Voor onregelmatige, holle of breekbare vormen is een klem geen optie. Meestal volstaat weinig kracht, zolang de richting maar klopt.
Een bak met droog zand of rijst neemt elke vorm aan en houdt een scherf of beeldje in de gewenste stand terwijl de lijm hardt. Een contragewicht van een paar honderd gram op een houten blokje geeft nette contactdruk. Repen fietsbinnenband van twee centimeter breed volgen elke vorm en houden constante, milde spanning.
Tape werkt bij licht werk en korte fixatietijden; schilderstape laat de minste resten achter. Voor terugkerend werk loont een lijmmal uit multiplex of mdf, met houten aanslagen die met een klodder smeltlijm op de werkbank staan.
- zandbak of rijstbak voor onregelmatige en breekbare vormen
- elastiek of repen binnenband voor gebogen delen
- contragewicht voor vlakke verlijming zonder klembereik
- lijmmal en houten aanslagen voor terugkerend werk
Ronde delen fixeren
Ronde delen rollen weg en verschuiven de voeg tijdens het aandrukken. Twee blokjes hout met een groef van negentig graden erin gezaagd vormen een prismabed dat een buis of stang in de as houdt; tegenover elkaar in een lijmtang geven ze gecentreerde druk.
Een bandklem legt druk rondom en is de keuze voor ronde lijsten en gelijmde ringen; bij kleine diameters doen kabelbinders hetzelfde werk, met karton eronder. Bij een rond deel op een vlak volstaat vaak een elastiek kruislings plus een aanslag tegen het rollen, mits de druk door het middelpunt loopt.
Rust laten en wachttijden
Klemtijd en uithardtijd zijn twee verschillende dingen. Houtlijm heeft bij ongeveer twintig graden dertig tot zestig minuten klemtijd nodig en bereikt de volle sterkte pas na een etmaal. Onder de vijftien graden verlengt die tijd fors, en onder ongeveer acht graden vormt de lijm geen goede film meer.
Epoxy volgt de temperatuur nog sterker: een snelle variant is na een uur hanteerbaar maar heeft een tot drie dagen nodig voor de eindsterkte. Secondelijm vraagt tien tot zestig seconden fixatie en een etmaal voor de volle waarde. Polyurethaanlijm blijft minstens twee uur onder druk.
Rust laten betekent ook niet controleren. Even proberen of de verbinding al vast zit verbreekt de ketens die net zijn gevormd, en die groeien niet terug; naspannen na het binden doet hetzelfde. Het werkstuk hoort tot de volgende werkdag op een vlakke, trillingsvrije plek te staan, uit de tocht en uit de zon.
Kort samengevat
- Fixatie houdt de delen in positie, drukt de voeg dun en perst de lijm in het oppervlak.
- Klemmen om de tien tot vijftien centimeter met blokjes verdeelt de kracht beter dan enkele zware klemmen.
- Aandraaien tot de lijm gelijkmatig uitkomt en dan stoppen; harder spannen perst de voeg leeg.
- Zand, elastiek, tape en een lijmmal vervangen de klem bij lastige vormen.
- Klemtijd is niet gelijk aan uithardtijd; belasten gebeurt pas daarna.
De meeste verlijmingen mislukken voordat de dop van de fles is.
Vorige: Waarom lijm in de kast achteruitgaat en hoe dat te vertragen | Volgende: Doseren: waarom te veel lijm de verbinding zwakker maakt