Doseren: waarom te veel lijm de verbinding zwakker maakt
Een royale hoeveelheid lijm voelt als extra zekerheid, maar levert een zwakkere verbinding op dan een dunne, gelijkmatige film. De sterkte zit in het contact tussen lijm en materiaal, niet in de dikte van de laag ertussen. Doseren is daarmee een vaardigheid op zich, met eigen gereedschap en eigen fouten.
Waarom een dunne voeg sterker is
Vrijwel elke lijm is uitgehard zwakker dan het materiaal dat wordt verbonden. De lijmlaag is dus de zwakste schakel, en hoe dikker die laag, hoe zwaarder die wordt belast. Een dunne film wordt door de omringende delen op zijn plaats gehouden en kan nauwelijks vervormen; een dikke laag draagt de belasting in zijn eentje.
Daar komt krimp bij. Uithardende lijm trekt samen, evenredig met de hoeveelheid materiaal. In een dikke voeg ontstaan daardoor inwendige spanningen voordat er iets aan de verbinding hangt.
Bij sommige soorten stopt de uitharding zelfs. Secondelijm hardt uit door vocht van het oppervlak en komt in een dikke laag niet verder dan een rubberachtige kern. Polyurethaanlijm schuimt in een ruime voeg op tot een poreuze massa die stevig oogt maar weinig draagt.
Wat tienden van millimeters betekenen
Voor houtlijm op goed passende, vlakke delen ligt de ideale voegdikte tussen vijf honderdste en een tiende millimeter: een film die na het samenvoegen niet meer als laag te zien is. Voor epoxy op metaal ligt het optimum rond een tiende tot twee tienden millimeter, ongeveer de dikte van twee vellen printpapier.
In de werkplaats is dat niet te meten, wel te herkennen. Het lijmvlak hoort na uitstrijken egaal te glanzen zonder plassen, en bij het samendrukken moet de lijm zich zonder veel kracht laten uitspreiden. Klemmen die zichtbaar moeite kosten, wijzen op te veel lijm of op slecht passende delen.
Bij goed werk is de naad na uitharding een lijn en geen band.
Wanneer een vullende lijm wel nodig is
De regel keert om zodra de delen niet passen. Een lijm die alleen als dunne film sterk is, overbrugt een spleet van een millimeter niet: er ontstaat een holte en op die plek draagt de verbinding niets. Bij ruwe zaagvlakken, gietstukken, oude reparaties en houtwerk dat is gaan werken, is een vullende lijm de juiste keuze.
Vullende systemen zijn dikker ingesteld of worden verdikt met een toeslagstof. Epoxy met glasbolletjes of katoenvlok laat zich tot enkele millimeters dik verwerken zonder uit te zakken. Constructielijm op polyurethaanbasis vult eveneens, mits het opschuimen tegendruk krijgt.
Een gevulde voeg van drie millimeter haalt nooit de waarde van een goed passende verbinding. Passend maken blijft de betere route: bijschaven, opvullen met een stukje fineer of een spie, en daarna dun lijmen.
- goed passend en glad: dun doseren, dunne lijm
- ruw of licht kromgetrokken: iets dikker ingestelde lijm
- spleet boven een halve millimeter: vullend systeem of eerst passend maken
Doseren met naaldjes en tuiten
Nauwkeurig doseren begint bij een kleine uitstroomopening. Doseernaalden met een binnendiameter van vier tot acht tienden millimeter op een spuitje van vijf of tien milliliter geven controle bij modelbouw en fijne reparaties. De naald wordt daarbij over het oppervlak gesleept en niet erboven gehouden, zodat de lijm wordt neergelegd in plaats van gedruppeld.
Bij een patroon of tube geldt hetzelfde principe. De tuit wordt zo krap mogelijk afgeknipt en pas ruimer gemaakt als de rups aantoonbaar te dun uitvalt. Schuin afknippen onder ongeveer vijfenveertig graden geeft een rups die zich meteen tegen het vlak legt.
Voor vlakverlijming werkt uitstrijken beter dan doseren alleen. Een rups midden op het vlak, uitgestreken met een spaan, een lijmkam, een kort kwastje of een strookje karton, geeft een gelijkmatige film; op grotere vlakken werkt een kleine schuimroller sneller. Poreus hout, eindhout en onbehandeld mdf vragen om beide vlakken dun in te strijken.
Uitpuilende lijm langs de naad
Kleine druppeltjes langs de naad, om de paar centimeter, laten zien dat de dosering klopte. Een doorlopende stroom die naar beneden loopt betekent dat het grootste deel van de lijm niets bijdraagt.
Uitpuilende lijm schaadt bovendien de afwerking. Houtlijm dringt in de nerf, sluit de poriën af en laat bij beitsen of oliën een lichte vlek achter die pas opvalt als het werkstuk klaar is. Natte lijm wegvegen met een vochtige doek maakt dat erger, omdat het de lijm juist de nerf in smeert.
Beter is wachten tot de lijm leerhard is, meestal twintig tot veertig minuten bij kamertemperatuur, en het randje dan in één beweging afsteken met een scherpe steekbeitel of een schraper. Epoxy gaat er op dezelfde manier af zodra het in de gelfase zit en niet meer aan een houten spatel plakt.
Op zichtzijden helpt afplakken vooraf met schilderstape langs de naad.
Kort samengevat
- De lijmlaag is de zwakste schakel; dun houden maakt de verbinding sterker.
- Bij goed passende delen ligt de voegdikte in tienden van millimeters.
- Vullende lijm alleen bij spleten en ruwe vlakken.
- Kleine naalden en een krap afgeknipte tuit geven controle over de hoeveelheid.
- Druppeltjes langs de naad zijn goed, een stroom is verspilling.
De meeste verlijmingen mislukken voordat de dop van de fles is.
Vorige: Klemmen en fixeren tijdens het uitharden | Volgende: Voorbewerking van het oppervlak: ontvetten is het halve werk